Ed Müller ✝︎ intarsia

Ed Müller (Berlijn 1936 – Zaandam 2014) studeerde aan een particuliere school bij Alf Bayerle en vervolgens aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Frankfurt am Main. Hij werkte als graficus, om zich daarna in Oberbayern te bekwamen in de techniek van Intarsia. Deze techniek leerde hij in een meubelfabriek in München. In 1970 besloot hij naar Nederland te verhuizen. Eerst naar Amsterdam, later naar Zaandam. Op de vraag waarom: “De Nederlander is de beste Europeaan.” In 1985 is hij na enkele exposities met deze techniek gestopt.

Intarsia, het inleggen van hout, is een techniek die gerekend wordt tot de kunstnijverheid. Een handwerk dat veel geduld en vaardigheid vereist. Het leent zich bij uitstek voor het versieren van tafelbladen en kasten. Als zodanig zijn er in de meubelkunst heel wat fraaie decoraties ontstaan. Met name tijdens de Italiaanse renais­sance stond deze techniek op een hoog niveau en verbreidde zich later over West-Europa. Overigens pasten de oude Romei­nen ook al intarsia toe.

De uit Frankfurt am Main afkomstige Zaankanter Ed Müller koos ook voor intarsia. Maar er is een belangrijk verschil met de in deze techniek gangbare decoratieve traditie. Muller wilde zijn toepassingen zien als zelfstandige kunstwerken die derhalve doel op zichzelf zijn. Zijn tableaus zijn door zijn benadering verwant aan schilderijen. Met vaak heel dure houtsoorten maakte hij allerlei composities, soms figuratief en herkenbaar vanuit de optisch waargenomen werkelijkheid gecreëerd, soms abstract en dan alleen expressief door vormentaal en kleurschakeringen.

Wat voor de beoefenaars van intarsia in het algemeen geldt gaat ook op voor het werk van Müller. Zij zijn eerder vaklieden dan oorspronkelijke kunstenaars.

Traditionalist

In zijn ‘hout-schilderkunst’ toont Mül­ler zich overigens een traditionalist: zijn keuze van onderwerpen is over het algemeen klassiek. Behalve de al genoemde stadsgezichten treffen we bij hem aan een stilleven, een café-impressie, bosgezichten en verbeelde gevoelens als agressie, ro­mance en mystiek.

De panelen van Muller ogen warm. Be­grijpelijk, want de bruine en geelbruine houtsoorten die hij verwerkt, hebben nu eenmaal van nature deze eigenschap. En omdat hout zich niet als verf laat vermen­gen is het in Müllers tableaus een domi­nante kleurfactor.

Toch moet gezegd worden dat hij er bij veel panelen in geslaagd is de beschouwer ervan naar het onderwerp te trekken en dat is een belangrijk winstpunt. Zo beho­ren de aan de natuur ontleende voorstel­lingen tot zijn beste werk. Hier heeft hij een dromerige sfeer weten op te roepen en heeft hij zijn houtschilderijen zeggingskracht gegeven.

Grafiek

Voor zijn grafiek gebruikte hij een gemengde techniek van fotografie, potlood, aquarel en kleurpotloden. Hij was bezig om de hele Zaanstreek in deze grafieken vast te leggen. “Ik trek hier 20 jaar voor uit”. Hij is niet verder gekomen dan Zaandijk.

[bron: diverse krantenknipsels]